Cognitie/Dominantieprofiel

Wilt u antwoord op één van deze vragen?

  • Wat heeft mijn kind/leerling nodig om te kunnen luisteren?
  • Wat heeft mijn kind/leerling nodig om stil te blijven als iemand anders praat?
  • Wat heeft mijn kind/leerlingnodig om stil te blijven zitten?
  • Wat heeft mijn kind/leerling nodig om alle letters en zinnen te lezen?
  • Wat heeft mijn kind/leerling nodig om zijn handen stil te houden?
  • Wat heeft mijn kind/leerling nodig om cijfers en letters goed te schrijven?
  • Wat heeft mijn kind/leerling nodig om te kunnen klokkijken?
  • Wat heeft mijn kind/leerling nodig om van spellend, naar vloeiend lezen te komen?
  • Wat heeft mijn kind/leerling nodig om op school en thuis op te kunnen letten?
  • Wat heb heeft mijn hoogbegaafd kind/leerling nodig om zijn talenten te tonen?

KindKern verwacht dit kwartaal de goedkeuring van de COTAN voor de nieuwste kinderintelligentietest (WISC-V) en kan dan de cognitieve capaciteiten van uw kind/leerling vaststellen.

Op dit moment kan m.b.v. de verbale onderdelen uit de intelligentietest (WISC-III) de talige intelligentie in kaart worden gebracht. Ook kan de snelheid van visuele informatieverwerking worden bepaald.

KindKern gebruikt de ‘Dominantiematrix’ om het dominantieprofiel van uw kind of leerling te bepalen. Zodoende heeft u meer informatie over hoe  uw kind/leerling het beste kan leren of wat er belemmerend is om niet tot leren te komen. Aansluitend worden adviezen gegeven om het leren te optimaliseren op school. Er kan een handelingsplan worden gemaakt dat door ouders, school of coach uitgevoerd kan worden.

Hieronder vindt u meer informatie over het dominantieprofiel. (Overgenomen van https://www.uniquechild.nl/dominantie-test/)

De linker- en rechterhersenhelft werken samen. Elk mens ontwikkelt een voorkeur, waarbij het zich links- of rechtsgericht ontwikkelt. Dat wordt bepaald door de dominantie van de linker- of rechterhersenhelft. Dominantie van de linkerhersenhelft zorgt ervoor dat iemand van links naar rechts werkt. Dat past precies bij de manier waarop we leren lezen, schrijven en rekenen. Je hebt dan ook talige mogelijkheden en kan logisch redeneren. Wel mis je het overzicht en kun je soms door de bomen het bos niet meer zien.

Ben je rechtsgericht (beelddenker) omdat de rechterhersenhelft dominant is, dan werk je het liefst van rechts naar links. Tegen de stroom in als het ware. Spiegelingen (b/d) en verwisselingen kunnen daardoor optreden. Ook kan het daardoor voorkomen dat optellen wel lukt, maar aftrekken een stuk moeilijker is. Of dat rekenen en klokkijken niet gemakkelijk zijn, omdat je letterlijk anders tegen de cijfers en getallen aankijkt. Tijdsbesef kan zich daardoor moeizamer ontwikkelen dan gewenst. Ruimtelijke begrippen als meer en minder, links en rechts, onder en boven, voor en achter zijn dan verwarrend. Zo kunnen er problemen ontstaan op reken en taalgebied.

Dominantie beperkt zich namelijk niet alleen tot de hersenhelften. Er is ook oog-, hand-, voet- en oordominantie.
In totaal zijn er 32 combinaties mogelijk (16 rechterhersenhelft combinaties en 16 linkerhersenhelft combinaties).De dominantie van oog, hand, oor en voet bepalen hoe je met auditieve en visuele informatie om kan gaan. En of je leert door bewegen, luisteren, praten, kijken of juist door doen. In stilte of juist met anderen of combinaties ervan. Of je vooraan of juist beter achteraan kan zitten in de klas of helemaal links of rechts.

Elk van de 32 mogelijke combinaties zorgt voor een ander functioneringsprofiel. Dat profiel kan weer gekoppeld worden aan de manier van leren en functioneren. Iemand die linksogig, rechtshandig, rechtsvoetig en linksorig is en waarbij de linkerhersenhelft dominant is, functioneert echt heel anders dan hetzelfde dominantiepatroon, maar dan gekoppeld aan een overheersende rechterhersenhelft. Een kleine verandering in het dominantiepatroon geeft al een heel ander profiel, wat grote gevolgen kan hebben voor de leerstijl, interesses, concentratie en gedrag in de klas.