Wereld Dyslexie Dag 2017

Wereld Dyslexie Dag 2017

Ernstige, enkelvoudige dyslexie komt in Nederland ongeveer 3% voor. Daarnaast is er nog een grote groep leerlingen met comorbiditeit. Dit zijn leerlingen met dyslexie én nog een aanverwante stoornis zoals ADHD, een aan autisme verwante stoornis, taalontwikkelingsstoornis enz. Er is ook een groep die ‘te goed’ leest om als dyslect gediagnosticeerd te worden, maar die wel onvoldoende accuraat en/of te langzaam leest en waarbij de spellingsregels onvoldoende worden toegepast. Hoe komt het dat er een grote groep leerlingen is die niet voldoende tot lezen en/of spellen komt? En belangrijker: hoe kunnen deze leerlingen worden geholpen?

In de meeste dyslexieonderzoeken wordt bij leerlingen vanaf midden groep 4 uitgebreid gekeken naar o.a. werkhouding, cognitieve capaciteiten, fonologische vaardigheden (klankbewustzijn), benoemsnelheid (mate van automatisering), auditief en visueel geheugen. Zodoende wordt in kaart gebracht welke onderliggende factoren een rol kunnen spelen in de lees- en spellingsontwikkeling. Daarnaast worden lees- en spellingstesten afgenomen om de aanpak/strategie te onderzoeken en het niveau te bepalen. Er wordt een handelingsplan opgesteld en de begeleiders volgen een protocol, waarin voornamelijk de fonologische aanpak centraal staat.

Lees- en spellingsproblemen kunnen echter ook veroorzaakt worden doordat leerlingen bijvoorbeeld op een andere manier denken. Zij denken niet van deel naar geheel, maar van geheel naar deel. Bij deze leerlingen is hun rechterhersenhelft dominant. Zij leren beter spellen via ‘woordbeelden’ dan via losse klanken.
Ook kan het zijn dat de neuro-senso-motorische ontwikkeling niet optimaal verloopt. Dit betekent dat reflexen nog actief zijn en het dagelijks functioneren in vele opzichten kan belemmeren. Eerste prioriteit is dan om te zorgen dat deze reflexen goed geïntegreerd worden. Dit beïnvloedt namelijk ook de auditieve en visuele vaardigheden. Visuele vaardigheden als volgen, richten, accommoderen en oogsamenwerking zijn dan vaak onvoldoende ontwikkeld. Er dient eerst oogtraining in te worden gezet, voordat leesbegeleiding wordt opgestart.
Te denken valt ook aan de leerlingen die in een ‘overlevingsstand’ staan door hoge mate van stress/overprikkeling. De samenwerking van beide hersenhelften (nodig voor leren) stagneert dan. Dan zijn stress reducering en specifieke bewegingen de eerste stap zodat de leerling beter in balans is en tot leren kan komen.*

Zo zijn er vrij veel voorwaarden te noemen waaraan voldaan moet worden, wil een gangbare lees- en spellingsbegeleiding aanslaan. Belangrijk is dus om ook naar deze voorwaarden onderzoek te doen en de begeleiding bij de basis te starten. Elk kind is uniek, en dus elk onderwijsleer- en/of ontwikkelingsprobleem is uniek. Dyslexie of niet? Belangrijk is om een leerling via maatwerk verder te helpen.

* Wilt u hier meer over weten? Opleidingscentrum Breincentrum biedt verschillende opleidingen aan op dit gebied.

Drs. Renate Kalf- van der Jagt
Orthopedagoog
Eigenaar van KindKern
kindkern.nl